Museum en Archief
Top monumenten Brabant Gemeente Bergen op Zoom

De fluitspeler (1642)

Dat Rembrandt een uitzonderlijk kunstenaar was, die als geen ander bekende verhalen op een vernieuwende wijze wist te interpreteren, is niet langer een verrassing. Bezoekers aan de tentoonstelling Rembrandt in zwart-wit moeten vaak lachen om de grappige elementen die zijn terug te vinden in Rembrandts etsen. Enkele voorbeelden hiervan zijn de vreemde gezichtsuitdrukkingen die de kunstenaar van zichzelf heeft vastgelegd in de studies van zijn eigen gezicht en de honden die hij her en der aan zijn voorstellingen toevoegt. Maar ook de erotische ondertoon van De fluitspeler (afb.1) werkt menig persoon op de lachspieren. In de tentoonstelling wordt echter alleen een stukje van de sluier opgelicht als het om deze prent gaat. In haar essay Rembrandt’s Flute player: a unique treatment of pastoral geeft Alison McNeil Kettering meer inzicht in de symboliek die Rembrandt gebruikte. Haar artikel vormt de grondslag voor de blog van deze week.


Rembrandt, De fluitspeler, ets. (1642)
1: Rembrandt, De fluitspeler, ets. 1642

Pastorale voorstellingen
De pastorale, het herdersspel, is van oorsprong een literair genre uit het begin van de 17e eeuw. Het betreft amoureuze verhalen waarin herders en herderinnetjes de hoofdrol spelen. Essentieel is het verheven karakter van het genre, waardoor het zeer geschikt is voor een vorstelijke omgeving. Het thema van herders en herderinnetjes in de schilderkunst werd in de zeventiende eeuw door de Caravaggisten* vanuit Italië naar Nederland gebracht.
In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kreeg het thema echter ook nog een ander tintje. Onder invloed van contemporaine literatuur en muziek werd de erotische symboliek in de voorstellingen geïntroduceerd die we ook in De Fluitspeler terug vinden. Kettering geeft aan dat het deze specifieke symboliek is die er toe bijdraagt dat de voorstelling in Rembrandts ets afwijkt van pastorale voorstellingen van andere kunstenaars en daardoor uniek en vernieuwend is.

Erotische symboliek
De fluit en de bloemenkrans, die we terug zien in de prent, zijn vaste elementen in pastorale voorstellingen. Soms zijn ze symbolisch voor het mannelijk geslachtsdeel of de geslachtsdaad en het vrouwelijke geslachtsorgaan. Gewoonlijk is de fluit echter geen dwarsfluit, wat hier wel het geval is. Kettering geeft in haar artikel aan dat Rembrandt deze fluit waarschijnlijk kende van een prent naar een kunstwerk van Titaan (afb.2). Belangrijker is de mogelijkheid dat het beeldelement in deze vorm beter te plaatsen was in de voorstelling die Rembrandt voor ogen had. De herder ligt plat op zijn buik op de grond; een dwarsfluit is in deze positie gemakkelijker te bespelen. Daarbij wijst de fluit suggestief naar de herderin die onbedachtzaam met haar rokken opgetrokken de bloemenkrans zit te vlechten. De blik van de herder en de positie van de fluit maken duidelijk dat de jongeman niet uit is op een onschuldige flirt, maar dat hij zijn gedachten bij de lichamelijke liefde heeft. De onvoltooide bloemenkrans en de houding van de herderin geven aan dat zij zich niet bewust is van zijn bedoelingen. Hoewel de bloemenkrans symbolisch is voor haar genitaliën, kan het ook een symbool zijn van haar maagdelijkheid. Vrouwen droegen op hun huwelijksdag traditioneel een krans die ’s avonds werd afgezet ten teken van het terstond te consumeren huwelijk. Dit laatste zien we overigens terug in de voorstelling De Omval (afb.3), waarin een man en vrouw verborgen zitten in de struiken. De man neemt hier de krans van het hoofd van de vrouw.


Naar Titiaan, De fluitspeler, ets.
2: Naar Titiaan, De fluitspeler, ets.

Rembrandt, De Omval (1645), ets (detail).
3: Rembrandt, De Omval (1645), ets (detail).

Een pastorale met een cynisch randje
Het zou meer tijd en webruimte vergen om op de overgebleven elementen in te gaan, waaronder het tasje, de geiten en het uiltje. Alle versterken echter de cynische ondertoon die Rembrandt aan deze voorstelling gaf. Deze prent is niet simpelweg een pastorale scène met een schone jonge herder en herderin die onschuldig met elkaar flirten. Het is ook geen moraliserende voorstelling zoals Rembrandt deze kende uit Duitsland (afb.4). Deze voorstelling geeft zelfs geen reden om te lachen. De kunstenaar etste een grove jonge man met oneerbare bedoelingen in het gezelschap van een naïef, maar onschuldig jong meisje. Van het verheven karakter van de pastorale is er niets meer overgebleven . Rembrandt toont met deze prent nogmaals zijn eigen, waarachtige manier van kijken naar verschillende kunstvormen en naar de aard van de mens.

*Caravaggisten: Hiermee worden de navolgers aangeduid van de stijl van de Italiaanse kunstenaar Caravaggio. Deze stijl wordt gekenmerkt door dramatiek en clair obscure.


Hans Sebald Beham, houtsnede (1539).
Afb. 4 Hans Sebald Beham, (1539), houtsnede.