Historisch huizenonderzoek

De aanpak van het onderzoek.
Het onderzoek naar de geschiedenis van een huis kan vergeleken worden met het onderzoek naar een familie of de samenstelling van een genealogie. Men begint bij de jongste gegevens en werkt vervolgens steeds verder terug in de tijd. Een dergelijke methode voorkomt dat men tijdens het onderzoek op een verkeerd spoor terecht komt; dat is niet denkbeeldig omdat kadastrale aanduidingen, wijk- en huisnummers en zelfs huisnamen regelmatig veranderden.
Het meest doelmatige is uit te gaan van een drietal hoofdvragen:
1) Wie waren de eigenaren?
2) Wie waren de bewoners of gebruikers?
3) Wat is de bouwgeschiedenis?
Alvorens aan de slag te gaan is het verstandig om na te gaan of er al eerder iets gepubliceerd is over de geschiedenis van het pand. De archiefdienst beschikt over een historische bibliotheek daarin kan men nagaan of er al een publicatie over het pand of straat bestaat.

Eigenaren: de periode 1832-heden
Het kadaster
Het kadaster is eigenlijk een rijksadministratie van ‘zakelijke genotrechten op grond', dat wil zeggen dat het zakelijke rechten op onroerend goed vastligt in zogenaamde kadastrale leggers. Het kadaster is op 1 oktober 1832 ingevoerd, nadat het grootste deel van Nederland was opgemeten. Hoofddoel bij de oprichting was om een rechtvaardige heffing van de grondbelasting mogelijk te maken.
In de kadastrale registers wordt de grootte, de ligging, de bebouwde oppervlakte, het gebruik, de eigenaar etc. van de percelen beschreven. Bij het onderzoek naar de geschiedenis van een huis of stuk grond zijn de kadastrale leggers daarom een onmisbare brom hieruit zijn de veranderingen in de oppervlakte van het perceel, de waarde en de eigendom vanaf 1832 te herleiden. De registers hebben betrekking op de periode 1832-1985. Bij de registers horen kaarten, die per sectie of sectie- onderdeel zijn opgemaakt. De oudste kaarten dateren van 1825 en zijn in fotokopie bij de archiefdienst aanwezig. De overige kadastrale kaarten dateren uit 1868-1982.  

Notaris
Gewapend met de gegevens uit het kadaster (naam eigenaar, jaar van overdracht) kan men in het notariële archieven de akte van transport opsporen. In deze akte van transport staat de vorige eigenaar vermeld en hoe en wanneer de eigendom is verkregen. De notariële archieven zijn openbaar tot 1915.

Eigenaren: de periode vóór 1832
Bij de overgang naar de kadastrale boekhouding zijn te raadplegen, de (voornamelijk) belastingregisters van véér de kadastrale tijd:
-Relevé of staat der gebouwde eigendommen, 1816.
-Register van veranderingen der gebouwde eigendommen, 1816-1833.
-Relevé der landerijen, 1816.
-Register van veranderingen der ongebouwde eigendommen, 18 16-1833
In de periode voor 1810 vond de registratie van eigendomsovergangen plaats ten stadhuizen ten overstaan van het stadsbestuur. In zo'n opdracht of verkoopakte treft men gegevens aan over de verkoper, de koper, de naam van het huis, de ligging, de cijnzen en rechten op het huis of de grond, de verkoopprijs en de verkoopvoorwaarden. Veel registers bevatten voorin of achterin een alfabetisch register op naam van de verkoper.

Notaris
Men kon echter ook naar een notaris gaan en hem de verkoop van een huis of een stuk grond laten optekenen. Tot 1810 werd de akte dan door hem ter secretarie overgelegd om te registreren. De archiefdienst beheert de akten van de notarissen die in Bergen op Zoom kantoor hielden over de periode 1593-1915. De notariële akten over de periode 1593-1842 zijn op microfiches in de leeszaal van de archiefdienst beschikbaar. De akten van na 1842 kunt u in originele vorm raadplegen.

Andere registratie
In de archieven van het stadsbestuur bevinden zich vele archiefstukken met waardevolle gegevens over het bezit, de verandering of de waarde van onroerend goed. De overheid hield om reden van belastingheffing nauwkeurig bij wie de eigenaar van een huis of perceel grond was zoals bijvoorbeeld in de leggers en kohieren van de huizen in de stad. De leggers van de huizen in de stad zijn opgemaakt ten behoeve van de belastingheffing. Ze zijn ingedeeld op straat- en huisnaam en bevatten de data van de verkoop van panden.
De kohieren van de verpondingen op de huizen in de stad zijn ingedeeld op straat- en huisnaam en bevatten de belastingaanslag op elk huis en de cijnzen en obligaties, waarmee een pand belast was. Als we praten over belasting op onroerend goed dan mogen we ook niet vergeten de ‘Rekeningen van inkomsten en uitgaven afgelegd door wijk- of kwartiermakers over de ontvangst van de 100e penning'.
Andere gegevens over eigenaren en taxatie van de eigendommen zijn te vinden in de ‘Protocollen van taxaties, opgemaakt door schout en schepenen ten behoeve van de (belasting)heffing van het recht op de collaterale successie'.

Bewoners en gebruik 1850-1938
Als we zoeken naar de bewoners van een bepaald pand, dan brengt het bevolkingsregister van 1850- 1860 uitkomst. Dit is wijksgewijs ingericht. Iets moeilijker wordt het voor het zoeken in de bevolkingsregisters uit 1860. Deze zijn namelijk alfabetisch op persoonsnaam ingericht. Dat betekent dat we wèl kunnen zoeken naar een persoon en dan kunnen kijken waar die gewoond heeft, maar niet dat we zo maar van een willekeurig pand alle bewoners kunnen opzoeken. Voor de periode 1920-1938 is er echter weer een kaartsysteem op straatnaam op de studiezaal beschikbaar.
De bevolkingsregisters staan op microfiches op de studiezaal en zijn te raadplegen tot 1938.

Bewoners in de periode v66r 1850
Voor deze periode zijn te gebruiken de wijk- de volkstellingregisters, respectievelijk over de perioden, 1826-1830, 1830-1850 en 1812, 1830 en 1840.
Verder terug in de tijd kan men zoeken aan de hand van de wijklijsten vanaf 1740 of lijsten van persoonlijke quotisaties vanaf 1696.

Bouwhistorisch onderzoek
Bij bouwhistorisch onderzoek staat de bouwmassa van het gebouw centraal. Door bestudering van onderdelen van de constructie en de (historische) decoratie-elementen wordt bepaald hoe oud het te onderzoeken gebouw is en welke verbouwingen in de loop van de tijd hebben plaatsgevonden.

Bouw- en hinderwetvergunningen
Men kan aan de hand van verleende bouw- en hinderwetvergunningen nagaan welke bouwkundige veranderingen er hebben plaatsgevonden.

Documentaire verzamelingen
Bij het onderzoek naar de geschiedenis van een huis zijn er nog andere bronnen beschikbaar, zoals de verzamelingen foto's, tekeningen en gedrukte afbeeldingen.

Website

Historisch huizenonderzoek

Het wonen in een oud huis brengt velen er toe een historisch onderzoek te doen naar de ontstaansgeschiedenis van het pand. Hoe moet men een dergelijk onderzoek aanpakken? Welke mogelijkheden biedt het RHC hiervoor?

De aanpak van het onderzoek

Het onderzoek naar de geschiedenis van een huis kan vergeleken worden met het onderzoek naar een familie of de samenstelling van een genealogie. Men begint bij de jongste gegevens en werkt vervolgens steeds verder terug in de tijd.

Het meest doelmatige is uit te gaan van een drietal hoofdvragen:

1. Wie waren de eigenaren?
2. Wie waren de bewoners of gebruikers?
3. Wat is de bouwgeschiedenis?

Over de eigenaren

Kadastrale gegevens over de periode 1832 - 1982
Notariële akten 1593 - 1915
Staat van gebouwde eigendommen
Register van veranderingen van gebouwde eigendommen
Staat van landerijen
Registers van verkoop onroerende goederen, 1397 - 1810
Registers met taxaties
Kohieren van verpondingen

Over de bewoners / gebruikers

Wijkregisters en wijklijsten
Bevolkingsregisters
Woonhuizen register
Volkstellingsregisters

Over de bouwgeschiedenis

Hinderwetvergunningen
Bouwvergunningen
Foto's
Tekeningen